Een openbaar aanklager in een andere lidstaat kan tegoeden van uw vennootschap in België laten bevriezen zonder dat een Belgische rechter de grond van de zaak onderzoekt. Verordening (EU) 2018/1805 verplicht de Belgische autoriteit zo’n bevel uit te voeren als was het een binnenlands bevel, in dringende gevallen binnen 48 uur. Een Europees bevriezingsbevel raakt de kaspositie van een groep lang voor er van een veroordeling sprake is.
Wanneer geldt een Europees bevriezingsbevel in België?
Verordening (EU) 2018/1805 van 14 november 2018 regelt de wederzijdse erkenning van bevriezingsbevelen en confiscatiebevelen. Zij geldt sinds 19 december 2020, voor certificaten die op of na die datum worden toegezonden (artikelen 40 en 41). Een bevriezingsbevel is volgens artikel 2, 1), een beslissing die moet verhinderen dat voorwerpen worden vernietigd, verwerkt, verplaatst, overgedragen of vervreemd, met het oog op latere confiscatie.
De verordening treft niet alleen de vennootschap tegen wie het bevel is uitgevaardigd. Artikel 2, 10), rekent ook de eigenaar van de voorwerpen en de derden wier rechten rechtstreeks worden geschaad tot de getroffen personen. Een dochter of een moedervennootschap kan dus getroffen persoon zijn zonder zelf verdachte te zijn.
Welke misdrijven passeren zonder toets van dubbele strafbaarheid?
Artikel 3, lid 1, somt tweeëndertig misdrijven op waarvoor de uitvoerende staat de dubbele strafbaarheid niet nagaat, op voorwaarde dat op het feit in de uitvaardigende staat een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaar staat. Die lijst noemt corruptie, fraude, witwassen van opbrengsten van misdrijven, computergerelateerde criminaliteit en oplichting. Voor feiten buiten de lijst mag België de erkenning wel afhankelijk stellen van strafbaarheid naar Belgisch recht (artikel 3, lid 2).
Hoe snel moet de Belgische autoriteit uitvoeren?
De uitvoerende autoriteit erkent het bevel en voert het uit zoals een binnenlands bevriezingsbevel, zonder verwijl en met dezelfde snelheid en prioriteit als in een vergelijkbaar binnenlands geval (artikelen 7, lid 1, en 9, lid 1). Vermeldt het certificaat dat onmiddellijke bevriezing nodig is omdat de voorwerpen dreigen te worden verplaatst of vernietigd, dan beslist zij over de erkenning binnen 48 uur na ontvangst en neemt zij uiterlijk 48 uur na die beslissing de concrete uitvoeringsmaatregelen (artikel 9, lid 3). De bevriezing houdt aan tot aan het confiscatiebevel definitief is voldaan of tot de uitvaardigende autoriteit meldt dat haar bevel is ingetrokken (artikel 12, lid 1).
Op welke gronden kan België weigeren?
Artikel 8, lid 1, geeft een gesloten lijst. Weigeren kan wanneer de uitvoering strijdt met het ne bis in idem-beginsel, wanneer het Belgische recht een voorrecht of een immuniteit kent die de bevriezing belet, wanneer het bevriezingscertificaat onvolledig of manifest onjuist is en na overleg niet is aangevuld, en wanneer het feit geheel of gedeeltelijk in België is gepleegd en naar Belgisch recht geen misdrijf oplevert. In uitzonderlijke situaties kan weigering ook wanneer nauwkeurige en objectieve gegevens gegronde redenen geven om aan te nemen dat de uitvoering leidt tot een manifeste schending van een grondrecht uit het Handvest.
Waar voert de onderneming verweer?
Artikel 33, lid 1, geeft de getroffen personen recht op een doeltreffend rechtsmiddel in de uitvoerende staat tegen de beslissing tot erkenning en tenuitvoerlegging, in te stellen bij een rechtbank van die staat en volgens het recht van die staat. Lid 2 sluit uit dat de materiële gronden van het bevel voor die rechtbank worden aangevochten. Wie het onderzoek zelf wil aanvechten, moet daarvoor naar de rechter van de uitvaardigende lidstaat.
Het Belgische recht kent voor de opheffing van een beslag de procedure van artikel 28sexies Sv. Eenieder die geschaad wordt door een opsporingshandeling met betrekking tot zijn goederen vraagt de opheffing aan de procureur des Konings, die uitspraak doet uiterlijk vijftien dagen na de inschrijving van het verzoekschrift in het register. Binnen vijftien dagen na de kennisgeving van die beslissing kan de verzoeker de kamer van inbeschuldigingstelling vatten. Wat die vordering in de praktijk vraagt, staat bij opheffing van beslag.
Artikel 32 verplicht de uitvoerende autoriteit om de haar bekende getroffen personen na de uitvoering onverwijld in te lichten, met vermelding van de uitvaardigende autoriteit en van de rechtsmiddelen die openstaan. Die kennisgeving kan worden uitgesteld zolang de bescherming van een lopend onderzoek dat vergt (artikel 11, lid 3).
Wat doet de onderneming nu?
Vraag aan de bank of aan de uitvoerende autoriteit op welke rechtsgrond de tegoeden geblokkeerd zijn en welke lidstaat het bevel uitvaardigde. Zonder die twee gegevens ligt geen van beide wegen open. Ga daarna na of het certificaat volledig is en of het feit onder de lijst van artikel 3, lid 1, valt. Hoe dat samenhangt met de strafrechtelijke verdediging van de vennootschap, hangt af van de kwalificatie in het buitenlandse dossier.
Wij staan ondernemingen bij wanneer hun tegoeden in België bevroren of in beslag genomen zijn, van het verzoek tot opheffing tot de strafrechtelijke verdediging. Wenst u meer informatie of een afspraak? Contacteer ons vrijblijvend via ons contactformulier.