Ondernemingsstrafrecht
Een strafonderzoek treft uw onderneming en u persoonlijk op hetzelfde ogenblik. Sinds 1 september 2026 staat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon in artikel 18 van het nieuwe Strafwetboek. Die verantwoordelijkheid sluit die van de bestuurder niet uit. Wij zetten uiteen hoe de verdediging van een vennootschap en haar leiding verloopt, wie waarover beslist en binnen welke termijn.
Wanneer is uw vennootschap zelf strafrechtelijk verantwoordelijk?
Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor misdrijven die een intrinsiek verband hebben met zijn voorwerp of met zijn belangen. Hetzelfde geldt voor misdrijven die voor zijn rekening zijn gepleegd. Dat staat sinds 1 september 2026 in artikel 18 van het nieuwe Strafwetboek. Vroeger was dat artikel 5 van het Strafwetboek van 8 juni 1867, dat op dezelfde dag werd opgeheven. Alleen maatschappen en vennootschappen in oprichting worden met een rechtspersoon gelijkgesteld.
Die verantwoordelijkheid van de vennootschap sluit die van de natuurlijke persoon niet uit. De wet van 11 juli 2018 schrapte de decumulregel met ingang van 30 juli 2018. De rechter kiest sindsdien niet meer tussen de vennootschap en haar bestuurder. Reken er dus op dat het parket allebei vervolgt. Artikel 16 van het nieuwe Strafwetboek houdt wel vast dat niemand strafrechtelijk verantwoordelijk is dan voor zijn eigen gedragingen.
Loopt de strafvordering wegens dezelfde of samenhangende feiten tegen de vennootschap en tegen haar vertegenwoordiger, dan wijst de bevoegde rechtbank een lasthebber ad hoc aan. Dat staat in artikel 2bis van de voorafgaande titel van het Wetboek van strafvordering. Regel dus vroeg wie de vennootschap in het dossier vertegenwoordigt en wie haar bestuurders bijstaat. De pagina voor bedrijfsleiders beschrijft wat dat voor de leiding betekent.
Het nieuwe Strafwetboek hernummerde de misdrijven volledig. Oplichting staat nu in artikel 479, misbruik van vertrouwen in artikel 475 en misbruik van vennootschapsgoederen in artikel 476. Valsheid in geschriften en het gebruik van valse stukken staan samen in artikel 451, witwassen in artikel 502. Een nota uit 2025 over hetzelfde dossier draagt dus nog de oude nummering. Vraag daarom altijd welke kwalificatie het parket vandaag hanteert.
Wat wij doen in de strafrechtelijke verdediging van een onderneming
Onze specialisten staan bedrijven en ondernemers bij in elke fase van het strafonderzoek en het strafproces, van het eerste verhoor tot de uitspraak.
Bijstand verhoor
Ontving u een uitnodiging tot verhoor? Wij bereiden u voor en staan u bij tijdens het verhoor zelf.
Inzage strafdossier
Bent u betrokken in een strafonderzoek en wenst u de stand van het onderzoek te kennen? Wij nemen de nodige stappen daartoe.
Aanvraag onderzoekshandelingen
Wij bekijken samen met u of er bijkomende onderzoekshandelingen kunnen gevraagd worden tijdens een strafonderzoek.
Verzoek opheffing beslag
Maakt u het voorwerp uit van een strafrechtelijk beslag? Wij bekijken samen met u welke mogelijkheden er zijn om vrijgave te vragen.
Bijstand voor de strafrechter
Ons ervaren team biedt begeleiding aan zowel beklaagden als slachtoffers tijdens elke fase van het strafproces.
Audit strafrechtelijke verantwoordelijkheid
Wij brengen de belangrijkste risico’s waaraan u of uw vennootschap zich blootstelt in kaart en doen concrete aanbevelingen.
Wat u zelf kunt nakijken voor u reageert
Lees een uitnodiging tot verhoor eerst zin voor zin. Wie als verdachte wordt verhoord, krijgt vooraf de rechten van artikel 47bis, paragraaf 2, van het Wetboek van strafvordering. Daartoe behoren vertrouwelijk overleg met een advocaat vooraf en bijstand tijdens het verhoor zelf. Staan die rechten in de brief, dan gaat de wet ervan uit dat u al met een advocaat sprak. Staan zij er niet in, dan kan de meerderjarige verdachte het verhoor eenmaal laten uitstellen. Wat daarna volgt, staat op de pagina voor daders van fraude.
Wie niet als verdachte wordt verhoord, krijgt de kortere lijst van artikel 47bis, paragraaf 1, zonder recht op bijstand van een advocaat. Blijkt tijdens het gesprek dat er toch feiten ten laste kunnen worden gelegd, dan volgen alsnog de rechten van paragraaf 2. Voor een medewerker die als getuige wordt opgeroepen, is dat een reële mogelijkheid. Spreek vooraf af wie op dat ogenblik gebeld wordt. Een veroordeling mag niet worden gegrond op verklaringen die zijn afgelegd in strijd met het recht op overleg of bijstand.
Inzage in het strafdossier komt niet vanzelf. Tijdens een opsporingsonderzoek, dat de procureur des Konings leidt, vraagt de rechtstreeks belanghebbende de inzage aan de procureur, die binnen vier maanden beslist. Tijdens een gerechtelijk onderzoek gaat het verzoekschrift naar de onderzoeksrechter, die uiterlijk één maand na de opname in het register beslist. Bij de regeling van de rechtspleging ligt het dossier ten minste vijftien dagen vóór de zitting ter beschikking op de griffie. Ook de burgerlijke partij is een rechtstreeks belanghebbende, en die weg beschrijven wij voor slachtoffers van fraude.
Een beslag op een bankrekening werkt zodra de bank de schriftelijke kennisgeving krijgt. De opheffing vraagt u aan de onderzoeksrechter op grond van artikel 61quater, of aan de procureur des Konings op grond van artikel 28sexies. In beide gevallen moet de beslissing er binnen vijftien dagen zijn. Het openbaar ministerie kan ook beslag bij equivalent leggen op andere zaken uit uw vermogen, ten belope van het vermoedelijke vermogensvoordeel.
Kijk ten slotte na hoe de bevoegdheden in uw vennootschap verdeeld zijn. Het Hof van Cassatie aanvaardde op 5 mei 2021 dat een vennootschap haar verantwoordelijkheid kan verleggen. Dat kan alleen wanneer zij zelf op geen enkele wijze tot het misdrijf heeft bijgedragen. Zij moet dan aantonen dat de gedelegeerde over de vereiste bekwaamheid, het vereiste gezag en de vereiste middelen beschikte. De overdrager draagt de bewijslast, en de wetgever moet de overdracht toelaten. Een confrater die een strafdossier doorgeeft, vindt onze werkwijze op de pagina voor doorverwijzende advocaten.
Veelgestelde vragen
Kan mijn vennootschap zelf vervolgd worden voor fraude?
Ja. Een rechtspersoon is strafrechtelijk verantwoordelijk voor misdrijven die een intrinsiek verband hebben met zijn voorwerp of met zijn belangen. Hetzelfde geldt voor misdrijven die voor zijn rekening zijn gepleegd. Dat staat sinds 1 september 2026 in artikel 18 van het nieuwe Strafwetboek. Die verantwoordelijkheid sluit die van de natuurlijke persoon die dezelfde feiten pleegde niet uit. Loopt de vervolging tegen allebei, dan wijst de bevoegde rechtbank een lasthebber ad hoc aan.
Welke straffen riskeert een vennootschap in een strafzaak?
De hoofdstraffen voor rechtspersonen staan in artikel 38 van het nieuwe Strafwetboek en zijn ingedeeld in acht niveaus. Naast de geldboete kent dat artikel de verbeurdverklaring en de sluiting van de inrichting. Het kent ook het verbod om een activiteit uit te oefenen die deel uitmaakt van het voorwerp. Dat verbod loopt van één tot tien jaar en wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Bij het bepalen van de geldboete houdt de rechter rekening met de financiële draagkracht van de veroordeelde.
In welk artikel van het nieuwe Strafwetboek staat oplichting?
Het nieuwe Strafwetboek hernummerde de misdrijven volledig. Oplichting staat nu in artikel 479, misbruik van vertrouwen in artikel 475 en misbruik van vennootschapsgoederen in artikel 476. Valsheid in geschriften en het gebruik van valse stukken staan samen in artikel 451, witwassen in artikel 502. Een nota uit 2025 over hetzelfde dossier draagt dus nog de oude nummering.
Beschermt een delegatie van bevoegdheden mij als bestuurder?
Een delegatie van bevoegdheden beschermt alleen wanneer zij aan de voorwaarden van de rechtspraak voldoet. Het Hof van Cassatie oordeelde op 5 mei 2021 dat een vennootschap haar verantwoordelijkheid kan verleggen. Dat kan alleen wanneer zij zelf op geen enkele wijze tot het misdrijf heeft bijgedragen. Zij moet dan aantonen dat zij haar verplichtingen en bevoegdheden overdroeg aan iemand met de vereiste bekwaamheid, het vereiste gezag en de vereiste middelen. De overdrager draagt de bewijslast. Waar de wet een verplichting persoonlijk oplegt, helpt geen enkele delegatie.
Wanneer krijg ik inzage in het strafdossier?
Inzage vraagt u met een verzoekschrift, en de termijn hangt af van wie het onderzoek leidt. Tijdens een opsporingsonderzoek beslist de procureur des Konings binnen vier maanden. Tijdens een gerechtelijk onderzoek beslist de onderzoeksrechter uiterlijk één maand na de opname van het verzoekschrift in het register. Weigert de onderzoeksrechter, dan staat binnen acht dagen beroep open bij de kamer van inbeschuldigingstelling. Die kamer beslist zonder debat binnen vijftien dagen.
Hoe vraag ik de opheffing van een beslag op de bankrekening?
Een beslag op een bankrekening werkt zodra de bank de schriftelijke kennisgeving krijgt. De opheffing vraagt u aan de onderzoeksrechter op grond van artikel 61quater, of aan de procureur des Konings op grond van artikel 28sexies. In beide gevallen moet de beslissing er binnen vijftien dagen zijn.
Wat kan ik doen als het gerechtelijk onderzoek te lang duurt?
Duurt het gerechtelijk onderzoek langer dan een jaar, dan kunnen de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij de zaak bij de kamer van inbeschuldigingstelling aanhangig maken. Dat staat in artikel 136, tweede lid, van het Wetboek van strafvordering. U kunt daarnaast op elk ogenblik een bijkomende onderzoekshandeling vragen aan de onderzoeksrechter. Hij beslist daarover op straffe van nietigheid binnen één maand.