Naar de inhoud

Rechtzetting van fraude en schadeherstel

Rechtzetting en schadeherstel

U bent met fraude geconfronteerd en wenst recht te zetten wat verkeerd liep. Als benadeelde onderneming wenst u de geleden schade zoveel mogelijk te recupereren. Wordt u zelf verdacht, dan hebt u er vaak belang bij om zelf tot rechtzetting over te gaan. Wij overlopen welke wegen de Belgische wet daarvoor openhoudt, en wat elke weg van u vraagt.

Waarom rechtzetting vaak voorgaat op een strafklacht

Het neerleggen van strafklacht is in zo’n dossier vaak pas het laatste middel. Onze specialisten gaan van bij de aanvang van onze tussenkomst samen met u na wat voor u prioritair is. Dat kan schadebeperking zijn, schadeherstel, een voorbeeld stellen binnen het bedrijf of discretie. Zo leggen wij de juiste focus. Afhankelijk van uw prioriteiten en van de uitkomst van de fraud audit beschikken wij over een groot palet van mogelijkheden.

Samen met u bekijken we of medewerkers die de feiten pleegden moeten worden ontslagen, en wij zorgen dat dit juridisch correct verloopt. Werden de feiten mee mogelijk gemaakt door het management of door bestuurders, dan kijken wij verder. Wij bekijken de contractuele en vennootschapsrechtelijke mogelijkheden om ook daar in vervanging te voorzien.

Ook voor de geldelijke schade hebben wij van bij de aanvang aandacht. Wij brengen de vermogensrechtelijke situatie van de mogelijke daders zo snel mogelijk in beeld. Zo kan er beslag worden gelegd voordat zij van het onderzoek weten. Artikel 1445 van het Gerechtelijk Wetboek laat bewarend beslag onder derden toe bij gerechtsdeurwaarder. Dat kan op grond van authentieke of onderhandse stukken, zonder voorafgaande beschikking van de rechter.

Is de schade in kaart gebracht en zijn de daders met onze bevindingen geconfronteerd, dan volgt het gesprek. Wij streven daarbij naar een dadingsovereenkomst wanneer dat mogelijk en wenselijk is. Onze ervaring leert dat veel daders daaraan willen meewerken. Dat is vaak een efficiëntere manier om lang aanslepende procedures te voorkomen.

Waarvoor u bij ons terechtkan

Wat u zelf kunt nakijken voor het eerste gesprek

Kijk eerst na wanneer de feiten zich hebben voorgedaan. Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, over de buitencontractuele aansprakelijkheid, is in werking getreden op 1 januari 2025. Het geldt alleen voor feiten die zich na die datum hebben voorgedaan. Voor oudere feiten blijft het vorige aansprakelijkheidsrecht gelden.

Ga daarna na wie u kunt aanspreken. Artikel 6.3, paragraaf 2, van het Burgerlijk Wetboek maakt een einde aan de quasi-immuniteit van de hulppersoon. U kunt de werknemer, de bestuurder of de onderaannemer van uw medecontractant nu rechtstreeks buitencontractueel aanspreken. Die hulppersoon roept wel dezelfde verweermiddelen in als zijn opdrachtgever. Bij een fout die met het opzet schade te veroorzaken werd begaan, vallen die verweermiddelen weg.

Weeg wat u van een eigen medewerker kunt terugvorderen. Artikel 18 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten beperkt zijn aansprakelijkheid. Hij is enkel aansprakelijk voor zijn bedrog en zijn zware schuld. Voor lichte schuld geldt dat alleen als die bij hem eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt. Wie zelf bedrog pleegde, valt niet onder die bescherming. De collega die door onachtzaamheid meewerkte, valt er wel onder.

Kijk ook naar de werkgever van de betrokkene. Artikel 6.14 van het Burgerlijk Wetboek maakt de aansteller foutloos aansprakelijk. Het gaat om de schade die zijn aangestelde aan derden veroorzaakt tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie. Artikel 6.15 doet hetzelfde voor de rechtspersoon van privaat recht ten aanzien van zijn bestuursorganen. De plichten van de bestuurder staan op Bedrijfsleiders en ondernemingen.

Kijk ten slotte de verjaring na. De burgerlijke vordering uit een misdrijf verjaart volgens het Burgerlijk Wetboek, maar zij kan niet verjaren voor de strafvordering. Is uw onderneming benadeeld, lees dan Slachtoffers van fraude. Wordt u zelf vervolgd, lees dan Daders van fraude. Verwijst een confrater een dossier door, lees dan Doorverwijzende advocaten.

Veelgestelde vragen

Kan ik een strafprocedure nog vermijden met een minnelijke schikking?

De procureur des Konings kan een minnelijke schikking voorstellen zolang er geen eindvonnis of eindarrest in strafzaken is gewezen. Dat kan nog nadat de onderzoeksrechter met een onderzoek is gelast. Het kan ook nadat de zaak bij de rechtbank of het hof aanhangig is gemaakt. Sinds 1 september 2026 is die mogelijkheid beperkt. Zij geldt alleen als het feit niet lijkt te moeten worden gestraft met een hoofdstraf van meer dan twee jaar gevangenisstraf of een zwaardere straf. Voor een vennootschap koppelt de wet daaraan een bovengrens op de geldboete.

Moet ik het slachtoffer eerst vergoeden?

De schade aan een ander moet geheel vergoed zijn voordat de procureur een minnelijke schikking kan voorstellen. Bij uitzondering volstaat een schriftelijke erkenning van burgerlijke aansprakelijkheid, met het bewijs van de vergoeding en de regeling van het niet betwiste deel. Gaat het om een fiscaal of sociaal misdrijf, dan betaalt u eerst de ontdoken belastingen of sociale bijdragen, met de interesten. De administratie moet daarmee instemmen. De bevoegde rechter toetst dat alles bij de bekrachtiging.

Wat betekent een betaalde schikking voor mijn burgerlijke vordering?

Betaalt de dader de geldsom, dan geldt die betaling voor de burgerlijke rechtbank als een onweerlegbaar vermoeden van fout. U moet dan nog de schade en het oorzakelijk verband bewijzen, maar de fout niet meer. Het slachtoffer behoudt in elk geval het recht om zijn rechten voor de bevoegde burgerlijke rechtbank te doen gelden. De schikking doet ook geen afbreuk aan de strafvordering tegen de overige daders of deelnemers.

Hoe snel kan ik beslag leggen op het vermogen van de dader?

Bewarend beslag onder derden kan bij gerechtsdeurwaarder, op grond van authentieke of onderhandse stukken, zonder voorafgaande beschikking van de rechter. In de andere gevallen vraagt u de beslagrechter om verlof, met een verzoekschrift. Dat verlof veronderstelt spoedeisendheid en een schuldvordering die zeker en opeisbaar is, en die vaststaand is of vatbaar voor een voorlopige raming. Op het verzoekschrift wordt uiterlijk binnen acht dagen na de neerlegging beschikt. Het beslag geldt drie jaar vanaf de beschikking en is hernieuwbaar.

Kan een fiscale regularisatie een dossier van bedrog oplossen?

Een fiscale regularisatie lost zo’n dossier zelden op. De wet sluit bedragen uit die in verband kunnen worden gebracht met onder meer oplichting, diefstal, afpersing en corruptie. De aangifte heeft bovendien geen uitwerking als u vooraf schriftelijk in kennis bent gesteld van lopende specifieke onderzoeksdaden. De federale fiscale regularisatie is opnieuw open sinds de programmawet van 18 juli 2025. Op Vlaams niveau loopt sinds 1 januari 2026 een aparte regeling voor de erfbelasting en de registratiebelasting, met 31 december 2029 als uiterste datum.

Neem contact op

Leg ons uw dossier voor.

Laat uw gegevens achter. U hoort binnen een werkdag van ons.

Of bel 09/334.94.70

Everest Fraud CTA (nl)
Everest (anti)fraud