Ondernemingsstrafrecht
De inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij kunnen de onderzoeksrechter om een bijkomende onderzoekshandeling verzoeken. Meent u, na inzage van uw strafdossier of op basis van eigen vaststellingen, dat een aanvraag tot bijkomende onderzoekshandelingen nodig is in uw fraudedossier? Wij overlopen hoe u die aanvraag indient, bij wie, en wat u doet bij een weigering.
Tijdens het gerechtelijk onderzoek
Het verzoekschrift moet de gevraagde handeling nauwkeurig omschrijven, anders is het niet ontvankelijk. De onderzoeksrechter beslist, op straffe van nietigheid van zijn beschikking, binnen een maand na de inschrijving in het register. Zit een inverdenkinggestelde in voorlopige hechtenis, dan zakt die termijn naar acht dagen.
Hij kan het verzoek afwijzen als hij de maatregel niet nodig acht om de waarheid aan het licht te brengen. Hij kan het ook afwijzen als hij de maatregel op dat ogenblik nadelig acht voor het onderzoek. Een verzoek binnen de termijn van de regeling van de rechtspleging schorst die regeling. Een tijdige aanvraag voorkomt dat bewijsmateriaal verdwijnt voordat het onderzoek erover kan oordelen.
Een onderzoekshandeling kan bijvoorbeeld een bankonderzoek betreffen. Bij ernstige aanwijzingen van een zwaar misdrijf kan de procureur des Konings dan financiële informatie opvragen bij de betrokken instellingen, op grond van artikel 46quater van het Wetboek van strafvordering.
Tegen een weigering staat hoger beroep open bij de kamer van inbeschuldigingstelling, binnen vijftien dagen. Onze bijstand aan daders van fraude beschrijft het volledige strafonderzoek. Had u eerder al inzage in uw strafdossier, dan bouwt dit verzoek voort op wat die inzage opleverde.
Tijdens het opsporingsonderzoek
Tijdens het opsporingsonderzoek ligt het verzoekrecht bij de verdachte en bij de benadeelde persoon die een verklaring aflegde. Zij vragen de procureur des Konings om een bijkomende opsporingshandeling. De procureur beslist binnen vier maanden, of binnen een maand na de eerste machtiging van de onderzoeksrechter bij een mini-onderzoek.
Wijst de procureur het verzoek af, dan verloopt het hoger beroep via een verklaring op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Die verklaring moet binnen acht dagen na de kennisgeving van de weigering gebeuren. De kamer van inbeschuldigingstelling doet dan uitspraak binnen vijftien dagen, na de procureur-generaal, de verzoeker en zijn advocaat te hebben gehoord.
Wij stellen het verzoekschrift op en beschrijven de gevraagde handeling zo nauwkeurig dat het niet op ontvankelijkheid struikelt. Blijkt achteraf dat er ook een beslag in uw dossier zit, dan bekijken wij ook de opheffing van dat beslag. Wordt u nadien gedagvaard, dan zet onze bijstand voor de strafrechter het dossier verder. Ook onze bijstand bij het verhoor sluit hier vaak op aan, wanneer een bijkomend verhoor uit het onderzoek volgt.
Veelgestelde vragen
Wie kan een bijkomende onderzoekshandeling vragen?
Tijdens het gerechtelijk onderzoek kunnen de inverdenkinggestelde en de burgerlijke partij een bijkomende onderzoekshandeling vragen aan de onderzoeksrechter. Tijdens het opsporingsonderzoek liggen dat recht bij de verdachte en bij de benadeelde persoon die een verklaring aflegde, en richten zij hun verzoek aan de procureur des Konings. Welke weg u volgt, hangt dus af van de fase waarin uw dossier zich bevindt. Wij bekijken dat vooraf zorgvuldig voor uw specifieke dossier, zodat het verzoekschrift meteen aan de juiste bevoegde instantie wordt gericht.
Hoe snel beslist de onderzoeksrechter over mijn verzoek?
De onderzoeksrechter beslist binnen een maand na de inschrijving van uw verzoekschrift in het register, op straffe van nietigheid van zijn beschikking. Zit u in voorlopige hechtenis, dan zakt die termijn naar acht dagen. Beschrijft uw verzoekschrift de gevraagde handeling niet nauwkeurig genoeg, dan is het niet ontvankelijk. Dien uw verzoekschrift daarom in zodra u over voldoende informatie beschikt om de gevraagde handeling nauwkeurig en volledig te omschrijven, zodat de onderzoeksrechter er meteen over kan oordelen.
Wat als de procureur mijn verzoek tijdens het opsporingsonderzoek weigert?
Weigert de procureur des Konings uw verzoek, dan tekent u binnen acht dagen na de kennisgeving beroep aan met een verklaring op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. De kamer van inbeschuldigingstelling doet dan uitspraak binnen vijftien dagen. Zij hoort daarbij de procureur-generaal, u als verzoeker en uw advocaat. Ook hier bekijken wij vooraf of uw dossier zich in het opsporingsonderzoek of in het gerechtelijk onderzoek bevindt.
Schorst een verzoek tot bijkomende onderzoekshandelingen de regeling van de rechtspleging?
Een verzoek binnen de termijn van de regeling van de rechtspleging schorst die regeling. De onderzoeksrechter beslist, op straffe van nietigheid van zijn beschikking, binnen een maand na de inschrijving in het register. Een tijdige aanvraag voorkomt dat bewijsmateriaal verdwijnt voordat het onderzoek erover kan oordelen.