Naar de inhoud

De minnelijke schikking vanuit het perspectief van het slachtoffer (art. 216bis Sv.)

Geen categorie

lange gang met deuren

Artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering biedt een kader voor de minnelijke schikking, een methode om strafzaken zonder tussenkomst van de rechter af te handelen. Terwijl de voordelen voor het Openbaar Ministerie en de verdachte vaak worden benadrukt, is het ook belangrijk om te bekijken hoe de minnelijke schikking werkt vanuit het perspectief van de burgerlijke partij, oftewel het slachtoffer van het misdrijf.

In dit artikel bespreken we de implicaties van de minnelijke schikking voor het slachtoffer en de meest recente aanpassingen van artikel 216bis Sv.

Wat is een minnelijke schikking?

Een minnelijke schikking stelt de verdachte of beklaagde in staat om strafvervolging te voorkomen door te voldoen aan bepaalde voorwaarden, zoals het betalen van een geldbedrag. De minnelijke schikking wordt voorgesteld door de Procureur des Konings,  zolang er nog geen eindvonnis of eindarrest is gewezen.

Dit proces kan efficiënt zijn en de belasting van de rechterlijke macht verminderen, maar roept vragen op over de positie en de belangen van het slachtoffer/de burgerlijke partij.

De positie van de burgerlijke partij

Slachtoffers in strafzaken hebben specifieke belangen die onder druk kunnen komen te staan bij de minnelijke schikking:

Schadevergoeding: 

Slachtoffers willen dat de schade die zij hebben geleden volledig wordt vergoed. Artikel 216bis, §4 Sv. bepaalt in dat opzicht dat een minnelijke schikking alleen kan worden voorgesteld als:

“De eventueel aan een ander veroorzaakte schade dient geheel vergoed te zijn vooraleer de schikking kan worden voorgesteld. De schikking kan evenwel ook worden voorgesteld op voorwaarde dat de dader in een geschrift zijn burgerlijke aansprakelijkheid voor het schadeverwekkende feit heeft erkend en hij het bewijs heeft geleverd van de vergoeding van het niet-betwiste gedeelte van de schade en de regeling ervan. In ieder geval kan het slachtoffer zijn rechter doen gelden voor de bevoegde burgerlijke rechtbank. In dat geval geldt de betaling van de geldsom door de dader als een onweerlegbaar vermoeden van fout.”

Dit betekent dat een minnelijke schikking enkel kan worden gesloten indien (i) de schade volledig is vergoed of (ii) de dader zijn burgerlijke aansprakelijkheid heeft erkend en het niet-betwiste gedeelte van de schade heeft betaald. In het laatste geval kan het slachtoffer zich tot de burgerlijke rechter wenden voor de volledige vergoeding van zijn schade. De burgerlijke partij heeft echter geen vetorecht zoals de fiscale en sociale administratie dat wel hebben.

Erkenning en rechtvaardigheid:

Voor veel slachtoffers is erkenning van het misdrijf en het gevoel van rechtvaardigheid belangrijk. Een minnelijke schikking kan soms als onbevredigend worden ervaren omdat de verdachte of beklaagde niet publiekelijk ter verantwoording wordt geroepen.

Informatie en betrokkenheid:

Slachtoffers willen vaak op de hoogte worden gehouden van de voortgang van hun zaak en betrokken worden bij beslissingen. Bij de minnelijke schikking kan de rol van het slachtoffer eerder naar de achtergrond verdwijnen, waardoor zij zich soms niet gehoord voelen.

Artikel 216bis Sv. probeert slachtoffers echter op de volgende manieren te betrekken:

  • De Procureur stelt het slachtoffer op de hoogte van zijn voornemen om een minnelijke schikking te treffen en biedt inzage in het strafdossier;
  • Zowel de betrokkene als het slachtoffer worden door de Procureur opgeroepen om geïnformeerd te worden over de feiten waarop de minnelijke schikking betrekking heeft;
  • De Procureur stelt een termijn vast waarbinnen het slachtoffer en de betrokkene tot een schaderegeling kunnen komen;
  • Tot slot gaat de Procureur na of het slachtoffer al dan niet vergoed werd.

Hoewel de rol van het slachtoffer beperkt blijft, biedt een minnelijke schikking vaak voordelen, zoals snellere en efficiëntere compensatie zonder de lange duur van een strafzaak af te wachten. Dit zorgt voor meer zekerheid voor het slachtoffer.

Recente wettelijke aanpassingen

Op 2 mei 2024 trad de wet van 14 april 2024 houdende diverse wijzigingen van het Wetboek van Strafvordering II. 

Deze wet voegde twee belangrijke punten toe aan artikel 216bis Sv.:

  • Bestuursverbod: het Openbaar Ministerie kan naast het opleggen van een geldsom ook een bestuursverbod opleggen om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te sluiten.
  • Bekendmaking: minnelijke schikkingen worden voortaan in een openbare zitting uitgesproken om transparantie te bevorderen.

Deze wijzigingen verhogen indirect de verantwoording aan en het rechtvaardigheidsgevoel voor het slachtoffer. De openbare bekendmaking zorgt voor publieke erkenning en het bestuursverbod draagt bij aan de rechtvaardigheid.

Bent u slachtoffer van een misdrijf of wilt u meer informatie, neem dan contact met ons op via het contactformulier op onze website.

Neem contact op

Leg ons uw dossier voor.

Laat uw gegevens achter. U hoort binnen een werkdag van ons.

Of bel 09/334.94.70

Everest Fraud CTA (nl)
Everest (anti)fraud