Voor bestuurders en aandeelhouders
De kwijting aan bestuurders is de afzonderlijke stemming waarmee de algemene vergadering zich over het bestuur uitspreekt, na de goedkeuring van de jaarrekening. Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen verbindt daar voorwaarden aan. Zijn die voorwaarden niet vervuld, dan is de kwijting niet rechtsgeldig. Voor een minderheidsaandeelhouder beslist diezelfde stemming of hij later nog een vordering tegen het bestuur kan instellen.
Wanneer is de kwijting rechtsgeldig?
De kwijting is rechtsgeldig wanneer de jaarrekening de ware toestand van de vennootschap niet verbergt. Artikel 5:98, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen stelt die voorwaarde voor de besloten vennootschap. De algemene vergadering beslist erover bij een afzonderlijke stemming, na de goedkeuring van de jaarrekening. Verbergt een weglating of een onjuiste opgave in die jaarrekening de ware toestand, dan dekt de kwijting de bestuurder niet.
Voor verrichtingen die strijdig zijn met de statuten of met het wetboek geldt een tweede voorwaarde. In een besloten vennootschap moeten die verrichtingen bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping. In een naamloze vennootschap eist artikel 7:149, tweede lid, dat de bestuurders of de leden van de raad van toezicht die schendingen uitdrukkelijk in de agenda van de algemene vergadering hebben opgenomen. De twee vennootschapsvormen wijzen dus naar een ander stuk: de oproeping en de agenda.
Een kwijting achteraf is iets anders dan een vrijwaring vooraf. Artikel 2:58 verbiedt de rechtspersoon, zijn dochtervennootschappen en de door hem gecontroleerde entiteiten om een bestuurder vooraf te exonereren of te vrijwaren. Elke bepaling in de statuten of in een overeenkomst die daarmee strijdig is, wordt voor niet geschreven gehouden. Een vrijwaringsclausule in een bestuurdersovereenkomst heeft dus geen gevolg.
Wie na de kwijting nog een vordering tegen het bestuur kan instellen
De algemene vergadering beslist zelf of de vennootschap een vordering instelt tegen de leden van het bestuursorgaan of tegen de commissaris. Artikel 5:103 zegt dat voor de besloten vennootschap, artikel 7:156 voor de naamloze vennootschap. Zij kan daarvoor één of meer lasthebbers aanstellen.
Naast die vennootschapsvordering staat de minderheidsvordering. Artikel 5:104, § 1, geeft die in een besloten vennootschap aan aandeelhouders die ten minste 10 % van het aantal uitgegeven aandelen bezitten op de dag waarop de algemene vergadering zich over de kwijting uitspreekt. Het derde lid voegt een tweede voorwaarde toe: aandeelhouders met stemrecht kunnen de vordering slechts instellen indien zij de kwijting niet of op een ongeldige wijze hebben goedgekeurd.
In een naamloze vennootschap ligt de drempel anders. Artikel 7:157, § 1, eist effecten die ten minste 1 % van de stemmen vertegenwoordigen, of effecten die een gedeelte van het kapitaal ter waarde van ten minste 1.250.000 euro vertegenwoordigen, telkens gemeten op de dag van de beslissing over de kwijting. Ook daar geldt de voorwaarde over de goedkeuring. Artikel 7:158 verplicht die eisers om eenparig een bijzondere lasthebber aan te stellen die het rechtsgeding voert.
Het risico van die vordering ligt persoonlijk bij de eisers. Wordt de minderheidsvordering afgewezen, dan kunnen zij volgens de artikelen 5:105 en 7:159 persoonlijk in de kosten worden veroordeeld. Wordt zij toegewezen, dan betaalt de vennootschap de voorgeschoten bedragen terug. Wij wegen die keuze met u af in de procedure bij een vennootschapsconflict en bij conflicten na een overname.
Welke aansprakelijkheidsgronden naast de kwijting staan
De aansprakelijkheid van een bestuurder staat in artikel 2:56 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Dat artikel raakt niet alleen de bestuurder in functie: het spreekt van personen die werkelijke bestuursbevoegdheid hebben of hebben gehad. De toetsing is marginaal. Alleen beslissingen, daden of gedragingen die zich kennelijk buiten de marge bevinden waarbinnen normaal voorzichtige en zorgvuldige bestuurders redelijkerwijze van mening kunnen verschillen, leiden tot aansprakelijkheid.
Binnen een collegiaal bestuursorgaan is die aansprakelijkheid hoofdelijk. Een bestuurder die geen deel had aan de fout, wordt volgens artikel 2:56, vierde lid, ontheven op één voorwaarde: hij meldt de beweerde fout aan alle andere leden van het bestuursorgaan, en de notulen nemen die melding op. Een mondeling voorbehoud zonder notulen laat niets na.
Artikel 2:57 plafonneert de aansprakelijkheid op 125.000 euro, 250.000 euro, 1 miljoen euro, 3 miljoen euro of 12 miljoen euro, naargelang de omzet en het balanstotaal over de drie boekjaren vóór de vordering. Paragraaf 3, 1°, schakelt dat plafond uit bij een lichte fout die eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomt, bij zware fout, bij bedrieglijk opzet en bij oogmerk om te schaden. In een fraudedossier is dat het scharnier.
De termijn is vijf jaar. Artikel 2:143, § 1, laat de rechtsvorderingen tegen leden van het bestuursorgaan verjaren door verloop van vijf jaar vanaf de verrichtingen. Zijn die verrichtingen met opzet verborgen gehouden, dan loopt de termijn pas vanaf de ontdekking ervan. Ons preventief advies aan aandeelhouders houdt die datum in het oog.
Wat u vóór de stemming kunt nakijken
U kunt de jaarrekening inzien vóór de algemene vergadering. Artikel 5:97 geeft de aandeelhouders van een besloten vennootschap vijftien dagen vóór de vergadering inzage in de jaarrekening, in de lijst van de aandeelhouders die hun aandelen niet hebben volgestort, en in de verslagen die het wetboek voorschrijft.
U kunt ook vragen stellen. De artikelen 5:91 en 7:139 verplichten de leden van het bestuursorgaan om te antwoorden op vragen die verband houden met de agendapunten. Twee grenzen staan in de tekst zelf: de vraag moet verband houden met een agendapunt, en het bestuur mag weigeren wanneer de mededeling de vennootschap schade kan berokkenen of strijdig is met aangegane vertrouwelijkheidsverbintenissen.
Blijft het antwoord uit, dan bestaat het deskundigenonderzoek. Artikel 5:106 laat aandeelhouders met ten minste 10 % van de uitgegeven aandelen bij de voorzitter van de ondernemingsrechtbank in kort geding deskundigen aanstellen om de boeken, de rekeningen en de verrichtingen van de organen na te zien, wanneer er aanwijzingen zijn dat de belangen van de vennootschap op ernstige wijze in gevaar komen. Artikel 7:160 opent dat recht in een naamloze vennootschap vanaf 1 % van de stemmen.
Wie het besluit zelf wil aanvechten, heeft weinig tijd. Artikel 2:143, § 4, tweede lid, sluit de vordering tot nietigverklaring van een besluit uit na zes maanden vanaf de dag waarop het besluit tegenwerpbaar werd, of vanaf de dag waarop de eiser er kennis van kreeg. Artikel 2:44, tweede lid, ontzegt dat recht bovendien aan wie voor het bestreden besluit heeft gestemd. Wij nemen die stukken met u door bij een conflict tussen vennoten en bij conflicten na faling en vereffening.
Veelgestelde vragen
Wanneer is de kwijting aan bestuurders niet rechtsgeldig?
Wanneer de jaarrekening de ware toestand van de vennootschap verbergt door een weglating of een onjuiste opgave. Artikel 5:98, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen stelt die voorwaarde voor de besloten vennootschap. Voor verrichtingen die strijdig zijn met de statuten of met het wetboek geldt een tweede voorwaarde: zij moeten bepaaldelijk zijn aangegeven in de oproeping. In een naamloze vennootschap eist artikel 7:149, tweede lid, dat de bestuurders of de leden van de raad van toezicht die schendingen uitdrukkelijk in de agenda van de algemene vergadering hebben opgenomen.
Verliest een aandeelhouder zijn vordering door voor de kwijting te stemmen?
Ja, wanneer hij stemrecht heeft en de kwijting geldig heeft goedgekeurd. Artikel 5:104, § 1, derde lid, laat aandeelhouders met stemrecht de minderheidsvordering slechts instellen indien zij de kwijting niet of op een ongeldige wijze hebben goedgekeurd. Artikel 7:157, § 1, stelt dezelfde voorwaarde in een naamloze vennootschap. Wie de vordering wil openhouden, stemt dus niet mee voor de kwijting.
Welke drempel geldt voor de minderheidsvordering in een naamloze vennootschap?
Ten minste 1 % van de stemmen, of effecten die een gedeelte van het kapitaal ter waarde van ten minste 1.250.000 euro vertegenwoordigen. Artikel 7:157, § 1, tweede lid, meet dat bezit op de dag waarop de algemene vergadering zich uitspreekt over de aan de leden van het bestuursorgaan te verlenen kwijting. In een besloten vennootschap ligt de drempel op 10 % van het aantal uitgegeven aandelen, volgens artikel 5:104, § 1.
Mag de vennootschap een bestuurder vooraf vrijwaren voor zijn aansprakelijkheid?
Nee. Artikel 2:58 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen verbiedt de rechtspersoon, zijn dochtervennootschappen en de door hem gecontroleerde entiteiten om een lid van een bestuursorgaan of een dagelijks bestuurder vooraf te exonereren of te vrijwaren. Elke bepaling in de statuten, in een overeenkomst of in een eenzijdige wilsuiting die daarmee strijdig is, wordt voor niet geschreven gehouden.
Wie kan een bestuurder na een faillissement nog aanspreken?
De curator en elke benadeelde schuldeiser. Artikel XX.225 van het Wetboek van economisch recht laat huidige of gewezen bestuurders persoonlijk aansprakelijk verklaren voor het tekort, wanneer een door hen begane kennelijk grove fout heeft bijgedragen tot het faillissement. Een benadeelde schuldeiser kan die vordering pas instellen nadat hij de curator heeft aangemaand en die binnen een maand niet zelf optreedt. De vordering wegens wrongful trading van artikel XX.227 behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de curator.