Voor confraters en cijferberoepen
Verwijst u een dossier door, dan is uw eerste vraag hoever de antiwitwasmeldingsplicht reikt. Het beroepsgeheim van de advocaat blijft overeind voor alles wat u verneemt bij het bepalen van de rechtspositie van een cliënt of bij zijn verdediging. Deze pagina toont waar artikel 53 van de Belgische antiwitwaswet die grens legt, en wanneer zij wegvalt.
Waar legt artikel 53 de grens van de meldingsplicht?
Artikel 53 van de wet van 18 september 2017 sluit de meldingsplicht uit voor wat u verneemt bij het bepalen van de rechtspositie van een cliënt. Die uitsluiting geldt voor de advocaat, de notaris, de bedrijfsrevisor, de accountant en de belastingadviseur. Zij dekt ook de verdediging of de vertegenwoordiging van die cliënt in of in verband met een rechtsgeding.
De uitsluiting reikt verder dan de zitting. Zij dekt ook het advies over het instellen of het vermijden van een rechtsgeding. Het moment waarop u de informatie kreeg, voor, tijdens of na dat geding, verandert daar niets aan.
De grens is niet absoluut. Zij vervalt in drie gevallen. Het eerste is de deelname van de beroepsbeoefenaar aan de witwasactiviteiten zelf. Het tweede is juridisch advies dat hij voor witwasdoeleinden verstrekt. Het derde is het geval waarin hij weet dat zijn cliënt juridisch advies wenst voor witwasdoeleinden.
Buiten die drie gevallen blijft de informatie buiten de melding. De advocaat is daarnaast geen algemene onderworpen entiteit. Artikel 5, § 1, 28°, somt een gesloten lijst van verrichtingen op.
De lijst begint bij de bijstand bij de aan- en verkoop van onroerend goed of van bedrijven, en bij het beheer van geld, waardepapieren of andere activa. Zij noemt verder de opening of het beheer van rekeningen en de organisatie van de inbreng voor vennootschappen. Zij eindigt bij de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen, trusts of stichtingen. Buiten die lijst geldt de antiwitwaswetgeving niet voor de advocaat.
Aan wie meldt een advocaat, en wat doet de Stafhouder?
Een advocaat meldt niet aan de Cel voor financiële informatieverwerking, maar aan de Stafhouder van zijn Orde. Artikel 52 wijkt daarvoor uitdrukkelijk af van de gewone meldingsweg.
De Stafhouder controleert twee dingen. Valt de verrichting onder artikel 5, § 1, 28°, en staat artikel 53 de melding niet in de weg? Zijn beide voorwaarden vervuld, dan geeft hij de informatie onmiddellijk en ongefilterd door aan de CFI. Hij herschrijft niets en hij houdt niets achter.
Dezelfde Stafhouder is voor advocaten ook de toezichtautoriteit. Artikel 85, § 1, wijst per categorie een toezichtautoriteit aan. Voor de accountant en de belastingadviseur is dat het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants. Voor de notaris is dat de Nationale Kamer van Notarissen, en voor de advocaat de Stafhouder van zijn Orde.
Artikel 55 verbiedt daarnaast elke mededeling aan de cliënt of aan derden dat er informatie aan de CFI is verstrekt of dat een analyse loopt. Dat verbod geldt ook voor de Stafhouder zelf. Een cliënt ontraden om aan een illegale activiteit deel te nemen, geldt niet als zo een mededeling.
Wat vernietigde het Grondwettelijk Hof in arrest 114/2020?
Het Grondwettelijk Hof sprak op 24 september 2020 arrest nr. 114/2020 uit. Het vernietigde twee stukken van de wet van 18 september 2017, in zoverre die op advocaten van toepassing zijn.
Het eerste stuk is de tweede zin van artikel 47, § 1, 2°. Die zin breidde de meldingsplicht uit tot het geval waarin de cliënt beslist de voorgenomen verrichting niet uit te voeren.
Het tweede stuk is, in artikel 49, tweede lid, de verwijzing naar artikel 5, § 1, 28°. Die verwijzing verplichtte elk personeelslid en elke vertegenwoordiger van een advocaat om zelf persoonlijk aan de CFI te melden wanneer de gewone procedure niet kon worden gevolgd.
Voor het overige verwierp het Hof de beroepen. Het deed dat onder voorbehoud van de interpretatie in overweging B.21, dat de antiwitwasverantwoordelijke bij advocaten de voor het dossier verantwoordelijke advocaat is.
Blijft de uitzondering na 10 juli 2027 bestaan?
De Europese antiwitwasverordening behoudt de vrijstelling. Artikel 70, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1624 houdt haar overeind voor notarissen, advocaten, andere onafhankelijke beoefenaars van juridische beroepen, auditors, externe accountants en belastingadviseurs. Zij dekt de informatie die zij krijgen bij het bepalen van de rechtspositie of bij de verdediging in of in verband met een rechtsgeding.
Dezelfde drie uitzonderingen blijven gelden als vandaag onder artikel 53. Artikel 70, lid 1, laat de lidstaten toe de melding via een aangewezen zelfregulerend orgaan te laten verlopen. Dat orgaan stuurt de informatie onverwijld en ongefilterd door aan de financiële inlichtingeneenheid. Het Belgische model met de Stafhouder past binnen die mogelijkheid.
De verordening is van toepassing met ingang van 10 juli 2027. Voor voetbalmakelaars en professionele voetbalclubs geldt zij vanaf 10 juli 2029. Wie vandaag zijn procedures schrijft, houdt met die datum rekening. Wij begeleiden ondernemingen daarbij met AML inhouse begeleiding en met een AML audit.
Wat betekent dit voor uw doorverwijzing?
Een doorverwijzing verlegt de grens van artikel 53 niet. De informatie die u kreeg bij het bepalen van de rechtspositie van uw cliënt blijft buiten de meldingsplicht, ook nadat een confrater de verdediging overneemt.
Wij nemen fraudedossiers over van confraters, accountants en notarissen. Wat dat inhoudt staat op onze pagina over de doorverwijzing van een fraudedossier. Voor de onderneming zelf werken wij aan compliance en antiwitwas en aan de strafrechtelijke verdediging.
Wij schreven eerder over wat witwassen is en welke gevaren het meebrengt.
Veelgestelde vragen
Moet een advocaat een vermoeden van witwassen aan de CFI melden?
Nee, een advocaat meldt aan de Stafhouder van zijn Orde en niet aan de Cel voor financiële informatieverwerking. Artikel 52 wijkt daarvoor af van de gewone meldingsweg. De Stafhouder gaat enkel na of de verrichting onder artikel 5, § 1, 28°, valt en of artikel 53 de melding niet uitsluit. Zijn beide voorwaarden vervuld, dan geeft hij de informatie onmiddellijk en ongefilterd door aan de CFI.
Wanneer geldt de uitsluiting van artikel 53 niet?
In drie gevallen. Het eerste is de deelname van de beroepsbeoefenaar aan de witwasactiviteiten zelf. Het tweede is juridisch advies dat hij voor witwasdoeleinden verstrekt. Het derde is het geval waarin hij weet dat zijn cliënt juridisch advies wenst voor witwasdoeleinden. Buiten die drie gevallen blijft de informatie die u krijgt bij het bepalen van de rechtspositie van een cliënt buiten de meldingsplicht.
Welke verrichtingen maken van een advocaat een onderworpen entiteit?
Alleen de verrichtingen uit de gesloten lijst van artikel 5, § 1, 28°. De lijst begint bij de bijstand bij de aan- en verkoop van onroerend goed of van bedrijven, en bij het beheer van geld, waardepapieren of andere activa. Zij noemt verder de opening of het beheer van rekeningen en de organisatie van de inbreng voor vennootschappen. Zij eindigt bij de oprichting, de exploitatie of het beheer van vennootschappen, trusts of stichtingen. Buiten die lijst is de advocaat geen onderworpen entiteit.
Wie houdt toezicht op de antiwitwasverplichtingen van een advocaat?
De Stafhouder van zijn Orde. Artikel 85, § 1, wijst per categorie van onderworpen entiteiten een toezichtautoriteit aan. Voor de accountant en de belastingadviseur is dat het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants. Voor de notaris is dat de Nationale Kamer van Notarissen, en voor de advocaat de Stafhouder van zijn Orde. Dezelfde Stafhouder ontvangt ook de melding van artikel 52.
Verdwijnt de uitzondering onder de Europese antiwitwasverordening?
Nee, artikel 70, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1624 behoudt de vrijstelling van de meldingsplicht voor advocaten, notarissen, auditors, externe accountants en belastingadviseurs. Zij geldt voor informatie die zij van of over een cliënt krijgen bij het bepalen van diens rechtspositie of bij de verdediging in een rechtsgeding. De verordening is van toepassing met ingang van 10 juli 2027.