Slachtoffers van fraude
Uw onderneming vermoedt fraude, of wil zich wapenen tegen fraude die nog moet gebeuren. Wij begeleiden het privaat onderzoek binnen uw organisatie, zelf of samen met externe fraude-auditoren, en blijven daarbij binnen de grenzen van de wet. Weet u nog niet zeker of er iets aan de hand is, dan start u wellicht beter met een fraud assessment.
Waarom u dit aan een advocaat toevertrouwt
Onze specialisten sporen fraude binnen uw onderneming op en helpen ze voorkomen, zelf of in samenwerking met externe fraude-auditoren. Wij onderzoeken zowel binnen uw organisatie als daarbuiten. Vertrouwt u die opdracht aan een advocaat toe, dan vermijdt u de vergunningsplicht van de wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing: artikel 4 van die wet sluit de beroepsactiviteit van de advocaat uitdrukkelijk uit, samen met die van de notaris, de gerechtsdeurwaarder en de bedrijfsrevisor. Onze specialisten hebben ruime ervaring op dit domein: Mr. Stijn De Meulenaer doceert al meer dan vijftien jaar in de Masterclass Fraud Audit.
Schakelt u zelf een extern onderzoeksbureau in, dan valt dat bureau wel onder de vergunningsplicht: artikel 7 verbiedt het aanbieden van die diensten zonder voorafgaande vergunning van de minister van Binnenlandse Zaken, en artikel 8 verbiedt u als opdrachtgever om van een niet-vergunde onderneming gebruik te maken. Onderzoekt uw eigen personeelsdienst een incident ten laste van uw eigen werknemers, dan is wel geen vergunning en geen identificatiekaart vereist, al blijven de overige regels van de wet gelden. Wij begeleiden u in elk van die drie sporen: als advocaat, samen met een extern bureau, of samen met uw eigen personeelsdienst.
Het ontdekken van fraude raakt niet alleen uw resultaten, maar ook uw reputatie en het vertrouwen van uw stakeholders. Daarom nemen wij elke opdracht ernstig en zorgen wij voor een grondig onderzoek met een heldere rapportage van onze bevindingen. Wij stemmen onze aanpak af op de specifieke situatie en doelstellingen van uw onderneming.
Wat de wet van u verwacht tijdens het onderzoek
Elke opdracht voor privaat onderzoek vraagt een schriftelijk onderzoeksopdrachtdocument, met tien verplichte vermeldingen, waaronder het gerechtvaardigde doeleinde en de verbintenis om de resultaten niet voor andere doeleinden te gebruiken. Is de opdrachtgever tegelijk de werkgever van de onderzoeker, dan vervangt een opdrachtenregister dat document; dat register wordt vijf jaar bijgehouden. Bepaalde informatie blijft sowieso verboden terrein, zoals politieke of syndicale overtuiging, gezondheidsgegevens en niet openbaar gemaakte verdenkingen of veroordelingen.
Na het eindrapport meldt u binnen dertig dagen of u er gevolg aan geeft. Geeft u gevolg, dan licht de opdrachthouder de betrokkene en elke andere identificeerbare persoon onverwijld schriftelijk in. Stelt het onderzoek feiten vast die duidelijk een misdrijf uitmaken, dan moet de onderzoeker de procureur des Konings daarover dadelijk en schriftelijk inlichten.
Organiseert uw onderneming zelf een interne dienst voor private opsporing, dan hebt u bovendien een functionaris voor gegevensbescherming nodig, in eigen dienst of via een overeenkomst met een externe functionaris. Bevestigt het onderzoek een vermoeden van fraude, dan bekijken wij samen de vervolgstappen, van fraud audit tot een volwaardig fraudeonderzoek of schaderecuperatie, als onderdeel van onze bredere begeleiding voor slachtoffers van fraude.
Veelgestelde vragen
Mag een advocaat privaat onderzoek voeren zonder vergunning?
Ja, artikel 4 van de wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing sluit de beroepsactiviteit van de advocaat uitdrukkelijk uit van het toepassingsgebied. Dezelfde uitzondering geldt voor de notaris, de gerechtsdeurwaarder, de journalist en de bedrijfsrevisor. Een extern onderzoeksbureau dat geen van die beroepen uitoefent, heeft wel een vergunning van de minister van Binnenlandse Zaken nodig. Zonder die vergunning is het verzamelde bewijs nietig.
Mag onze eigen personeelsdienst een collega onderzoeken?
Ja, uw personeelsdienst mag incidentenonderzoek voeren tegen uw eigen werknemers, zonder vergunning en zonder identificatiekaart. Artikel 43 van de wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing maakt die uitzondering uitdrukkelijk. De overige regels van die wet blijven wel gelden, ook de meldingsplicht aan het parket zodra de feiten duidelijk zijn. Twijfelt u over die grens, laat ze dan vooraf beoordelen.
Wat moet er in het onderzoeksopdrachtdocument staan?
Dat document bevat tien verplichte vermeldingen, waaronder de nauwkeurige omschrijving van de opdracht en het gerechtvaardigde doeleinde ervan. Artikel 66 van de wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing verplicht ook de verbintenis om de resultaten niet voor andere doeleinden te gebruiken. Is de opdrachtgever tegelijk de werkgever van de onderzoeker, dan volstaat een opdrachtenregister dat vijf jaar wordt bijgehouden. Zonder dat document of register is uw onderzoek niet in orde met de wet.
Moet u het parket inlichten als het onderzoek een misdrijf vaststelt?
Stelt het onderzoek feiten vast die duidelijk een misdrijf uitmaken, dan moet de onderzoeker de procureur des Konings daarover dadelijk en schriftelijk inlichten. Na het eindrapport meldt u binnen dertig dagen of u er gevolg aan geeft. Geeft u gevolg, dan licht de opdrachthouder de betrokkene en elke andere identificeerbare persoon onverwijld schriftelijk in.