Voor bedrijfsleiders
U leidt een onderneming en draagt daarvoor een aansprakelijkheid die persoonlijk is. Wij overlopen wat geregeld moet zijn voordat er iets misloopt: een meldkanaal, een delegatieplan, een antiwitwasbeleid en een integriteitsbeleid. Everest (anti)fraud is uw advocaat voor fraudepreventie, van de doorlichting tot de invoering.
Wat moet een bestuurder geregeld hebben voordat er iets misloopt?
Sinds 1 september 2026 staat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon in artikel 18 van het nieuwe Strafwetboek, vroeger artikel 5. Het derde lid bepaalt dat de verantwoordelijkheid van de rechtspersoon die van de natuurlijke persoon niet uitsluit. De wet van 11 juli 2018 schafte de decumulregel af met ingang van 30 juli 2018. De rechter kiest sindsdien niet meer tussen de vennootschap en haar bestuurder.
Het Wetboek van vennootschappen en verenigingen legt daar een tweede laag bovenop. Artikel 2:56 houdt een bestuurder alleen aansprakelijk voor beslissingen die kennelijk buiten de marge liggen waarbinnen normaal voorzichtige bestuurders redelijkerwijze van mening kunnen verschillen. Artikel 2:57 plafonneert die aansprakelijkheid naargelang de omzet en het balanstotaal, maar dat plafond valt onder meer weg bij zware fout en bij bedrieglijk opzet. Artikel 2:58 verbiedt bovendien dat de vennootschap u vooraf vrijwaart. Wij schreven eerder over het nieuwe Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek en de ruimere mogelijkheid om bestuurders rechtstreeks aan te spreken.
Gaat de vennootschap failliet, dan kan de curator u persoonlijk aanspreken voor het tekort wanneer een kennelijk grove fout tot dat faillissement heeft bijgedragen: een van de conflicten na faling. Ernstige fiscale fraude geldt daarbij in elk geval als een kennelijk grove fout (artikel XX.225 van het Wetboek van economisch recht).
Onze jarenlange ervaring in fraudedossiers zorgt ervoor dat wij regelmatig worden bevraagd door ondernemingen (gaande van grote financiële instellingen tot KMO’s) om hen preventief te begeleiden om fraude binnen hun onderneming te voorkomen. Het werk begint dus voor er een dossier is.
Negen opdrachten die wij voor bedrijfsleiders uitvoeren
Anti-fraud audit
Een anti-fraud audit is een onderzoek dat gericht is op het opsporen en voorkomen van fraude binnen een organisatie. U krijgt een auditrapport met concrete aanbevelingen.
Opstellen fraud en integrity policy
Het beleid omvat doorgaans een gedragscode voor werknemers en andere betrokkenen, met regels voor transparantie, rapportage van vermoedelijke fraude en sancties bij overtreding.
Implementatie klokkenluidersregeling
Wij helpen uw bedrijf bij de implementatie en de setup van een klokkenluidersregeling, en assisteren u bij het beheer en het onderzoek van meldingen.
Klokkenluidersaudit
Wij lichten uw bestaande meldkanaal en de juridische inbedding ervan door. U krijgt een advies met de nodige aanbevelingen.
Delegatie van bevoegdheden
Delegatie veronderstelt een voorafgaande analyse van de strafrechtelijke risico’s die verbonden zijn met de bedrijfsvoering. Wij stellen het delegatieplan met u op.
Audit strafrechtelijke verantwoordelijkheid
Wij brengen de belangrijkste strafrechtelijke risico’s waaraan u of uw vennootschap zich blootstelt in kaart. U krijgt een auditrapport met concrete aanbevelingen.
AML audit
Wij gaan na of u voldoet aan de huidige antiwitwaswetgeving. U krijgt een auditrapport met concrete aanbevelingen.
AML opleiding
Wij werken een opleiding op maat uit, gebaseerd op uw concrete noden. U levert de vragen en de casussen aan, wij bouwen daar de opleiding rond.
Strafrechtelijke due diligence
Ook bij de overname van een bedrijf is het belangrijk om, naast de klassieke aandachtspunten, ook de strafrechtelijke risico’s in kaart te brengen.
Wat u zelf kunt nakijken voor u ons belt
Begin bij het meldkanaal. De wet van 28 november 2022 verplicht elke juridische entiteit in de private sector om een intern meldkanaal op te zetten. Dat gebeurt na overleg met de sociale partners (artikel 11, § 1), en entiteiten met minder dan vijftig werknemers zijn vrijgesteld. Voor wie onder de bepalingen inzake financiële diensten, producten en markten of onder de antiwitwasbepalingen valt, geldt die vrijstelling niet.
De procedure kent twee termijnen. U bevestigt de ontvangst van een melding binnen zeven dagen. U geeft feedback binnen ten hoogste drie maanden na die bevestiging, en zonder bevestiging loopt die termijn vanaf dag zeven. U wijst een onafhankelijke meldingsbeheerder aan en u houdt een register bij van elke ontvangen melding. Wij schreven eerder over de nieuwe wet op de klokkenluidersregeling.
Ga daarna na of u een onderworpen entiteit bent. Artikel 5, § 1, van de wet van 18 september 2017 somt die entiteiten limitatief op. De lijst gaat van de Nationale Bank van België tot de exploitanten van kansspelen. Bent u er een, dan schrijft artikel 16 een algemene risicobeoordeling voor en vraagt artikel 8 gedragslijnen, procedures en internecontrolemaatregelen. Artikel 9 vraagt twee aanwijzingen: één verantwoordelijke op het hoogste niveau, en één of meer personen die de atypische verrichtingen aan de CFI melden.
Het UBO-register raakt u persoonlijk. Artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen verplicht het bestuursorgaan om die gegevens binnen de maand elektronisch over te maken. Het koninklijk besluit van 30 juli 2018 vraagt een bijwerking van minstens één keer per jaar. Loopt dat mis, dan kan de minister van Financiën de bestuurders een administratieve geldboete van 250 tot 50.000 euro opleggen.
Wie eigen personeel wil onderzoeken, heeft een reglement nodig. De wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing trad in werking op 16 december 2024. Artikel 65 laat een onderzoek naar een eigen werknemer alleen toe als de toelating en de nadere regels uitdrukkelijk en transparant in een reglement staan. Artikel 180 geeft u twee jaar vanaf die datum om in orde te zijn. Artikel 101 schrijft artikel 65 voor op straffe van nietigheid: zonder reglement is het bewijs nietig.
Veelgestelde vragen
Vanaf hoeveel werknemers moet een bedrijf een intern meldkanaal hebben?
Vanaf vijftig werknemers. Artikel 11, § 2, van de wet van 28 november 2022 stelt kleinere entiteiten vrij van de plicht om een intern meldkanaal op te zetten. De drempel is het gemiddelde aantal werknemers, jaarlijks op 1 januari vastgesteld over de vier trimesters van het voorgaande kalenderjaar. Die vrijstelling geldt niet voor entiteiten die onder de bepalingen inzake financiële diensten, producten en markten of onder de antiwitwasbepalingen vallen.
Kan een bestuurder persoonlijk vervolgd worden naast zijn vennootschap?
Ja. Artikel 18, derde lid, van het nieuwe Strafwetboek bepaalt dat de verantwoordelijkheid van de rechtspersoon die van de natuurlijke persoon niet uitsluit. De wet van 11 juli 2018 schafte de decumulregel af met ingang van 30 juli 2018. De rechter kiest niet langer tussen de vennootschap en de bestuurder. Artikel 16 voegt daaraan toe dat niemand strafrechtelijk verantwoordelijk is dan voor zijn eigen gedragingen.
Beschermt een delegatie van bevoegdheden mij tegen strafrechtelijke vervolging?
Niet vanzelf. Een delegatie werkt alleen wanneer de vennootschap zelf niet aan het misdrijf heeft bijgedragen. Zij moet dan aantonen dat zij haar bevoegdheden overdroeg aan een persoon met de vereiste bekwaamheid, gezag en middelen. Het Hof van Cassatie eist bovendien dat de wetgever die overdracht toestaat, al was het maar impliciet, en legt de bewijslast bij wie delegeert. Voor verplichtingen die de wet persoonlijk oplegt, verdwijnt de verantwoordelijkheid niet.
Mag ik het e-mailverkeer van een werknemer nakijken bij een vermoeden van fraude?
Alleen binnen de grenzen van CAO nr. 81. Zij laat controle op elektronische onlinecommunicatiegegevens toe voor vier doeleinden, waaronder het voorkomen van ongeoorloofde of lasterlijke feiten. U omschrijft het doeleinde vooraf duidelijk en expliciet. U licht de ondernemingsraad en de betrokken werknemers in. Artikel 15 laat directe individualisering toe voor de eerste drie doeleinden. Voor het vierde, de naleving van uw eigen ICT-regels, vragen de artikelen 16 en 17 eerst een voorlichtingsfase en dan een gesprek. De Gegevensbeschermingsautoriteit aanvaardt de toestemming van de werknemer niet als rechtsgrond.
Wat riskeert een werkgever die een melder ontslaat?
Een omkering van de bewijslast. Artikel 29 van de wet van 28 november 2022 vermoedt dat een benadeling na een melding een represaille is. De werkgever moet dan aantonen dat de maatregel naar behoren gerechtvaardigd is. Artikel 23 verbiedt elke represaille en somt er vijftien op, van ontslag over degradatie tot opname op een zwarte lijst. De schadevergoeding bedraagt tussen 18 en 26 weken loon. Een inbreuk op hoofdstuk 3 van die wet levert daarnaast een sanctie van niveau 4 uit het Sociaal Strafwetboek op.
Kan de curator mij persoonlijk aanspreken na een faillissement?
Gaat de vennootschap failliet, dan kan de curator u persoonlijk aanspreken voor het tekort wanneer een kennelijk grove fout tot dat faillissement heeft bijgedragen. Ernstige fiscale fraude geldt daarbij in elk geval als een kennelijk grove fout (artikel XX.225 van het Wetboek van economisch recht).
Welke boete riskeer ik als het UBO-register niet bijgewerkt is?
Het UBO-register raakt u persoonlijk. Artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen verplicht het bestuursorgaan om die gegevens binnen de maand elektronisch over te maken. Het koninklijk besluit van 30 juli 2018 vraagt een bijwerking van minstens één keer per jaar. Loopt dat mis, dan kan de minister van Financiën de bestuurders een administratieve geldboete van 250 tot 50.000 euro opleggen.