Voor onderworpen entiteiten
Elke onderworpen entiteit heeft haar eigen AML toezichtautoriteit. De wet van 18 september 2017 wijst die autoriteit per categorie aan. Zij kan een administratieve geldboete opleggen die tot in de miljoenen loopt. Wie u controleert en waarop, hangt dus af van de categorie waarin uw onderneming valt.
Wie houdt toezicht op uw onderneming?
Artikel 85, § 1, van de wet van 18 september 2017 verdeelt het toezicht per categorie. De Nationale Bank van België houdt toezicht op de entiteiten van artikel 5, § 1, 4° tot 10°, en op de aanbieders van cryptoactivadiensten. De FSMA houdt toezicht op de categorieën 11° tot 20°. De FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie houdt toezicht op 21°, 25°/1 en 29° tot 31°/6.
De cijferberoepen en de ministeriële ambten hebben elk hun eigen toezichthouder. Het College van Toezicht op de Bedrijfsrevisoren controleert de bedrijfsrevisoren. Het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants controleert de gecertificeerde accountants en de belastingadviseurs. De Nationale Kamer van Notarissen controleert de notarissen, en de Nationale Kamer voor Gerechtsdeurwaarders de gerechtsdeurwaarders.
Voor advocaten is de Stafhouder van hun Orde de toezichtautoriteit. De Kansspelcommissie houdt toezicht op de exploitanten van kansspelen. De FOD Binnenlandse Zaken houdt toezicht op de bewakingsondernemingen. Staat uw onderneming niet in de limitatieve lijst van artikel 5, § 1, dan wijst artikel 85 voor u geen toezichthouder aan. De antiwitwaswetgeving raakt u dan vooral als cliënt van een bank en als informatieplichtige voor het UBO-register.
Welke boete kan de toezichtautoriteit opleggen?
Artikel 132, § 2, van de antiwitwaswet kent twee plafonds. Voor de entiteiten van artikel 5, § 1, 1° tot 22°, bedraagt de administratieve geldboete maximaal 5 000 000 euro. Ligt tien procent van de jaarlijkse netto-omzet van het voorbije boekjaar hoger, dan geldt dat percentage als maximum voor een rechtspersoon. Voor de entiteiten van 23° tot 33° ligt het plafond op 1 250 000 euro.
Leverde de inbreuk winst op of vermeed zij verlies, dan mag het maximum worden verhoogd tot het dubbele van dat bedrag. De boete blijft daarbij niet noodzakelijk bij de vennootschap. Artikel 132, § 1, laat toe de geldboete ook op te leggen aan de verantwoordelijke leden van het wettelijk bestuursorgaan, van het directiecomité of van de effectieve leiding.
Artikel 132, § 8, werkt in de andere richting. Het maakt de rechtspersoon burgerrechtelijk aansprakelijk voor de administratieve geldboetes die aan de onderworpen personen worden opgelegd die er hun activiteit uitoefenen. Dat geldt voor wie er optreedt als bestuurder of als actieve vennoot. Het geldt ook voor wie er werkt op grond van een ondernemingsovereenkomst of een mandaat.
De boete op het UBO-dossier staat apart
De sanctie op een fout UBO-dossier komt van de minister van Financiën, niet van uw toezichthouder. Artikel 132, § 6, laat de minister of zijn gedelegeerde toe een administratieve geldboete van minimum 250 euro en maximum 50 000 euro op te leggen. Hij doet dat wanneer hij een inbreuk vaststelt op artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of op de kwaliteit van de overgemaakte gegevens. De boete treft de bestuurders die voor de inbreuk verantwoordelijk zijn.
Dezelfde administratieve sancties gelden voor de uiteindelijke begunstigde die zijn gegevens niet aan de vennootschap verstrekt. Artikel 1:36, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bepaalt dat. Artikel 1:35 verplicht het bestuursorgaan om de gegevens binnen de maand elektronisch aan het UBO-register over te maken. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 verplicht daarnaast tot een bijwerking minstens één keer per jaar.
Uw tegenpartijen kijken mee in het register. Artikel 74/1 van de antiwitwaswet verplicht de onderworpen entiteiten om elk verschil te melden tussen de gegevens in het UBO-register en de gegevens waarover zij zelf beschikken. De identiteit van de melder wordt nooit aan de informatieplichtige meegedeeld. Het register zelf ligt bij de Algemene Administratie van de Thesaurie van de FOD Financiën (artikel 73).
Wat brengt u vooraf op orde?
Het dossier dat een toezichthouder opvraagt bestaat uit stukken die de wet met naam noemt. Artikel 16 verplicht tot een algemene risicobeoordeling die rekening houdt met de cliënten, de producten en diensten, de betrokken landen en de leveringskanalen. Artikel 8 verplicht tot gedragslijnen, procedures en internecontrolemaatregelen die evenredig zijn met de aard en de omvang van uw onderneming. Een lid van het hoger leidinggevend personeel keurt die goed.
Artikel 9, § 1, verplicht een rechtspersoon om binnen het wettelijk bestuursorgaan of de effectieve leiding één verantwoordelijke op het hoogste niveau aan te wijzen. Artikel 9, § 2, verplicht daarnaast tot één of meer personen die de atypische verrichtingen analyseren en de meldingen aan de Cel voor financiële informatieverwerking doen. Het antiwitwasreglement van de Nationale Bank van België van 21 november 2017 noemt die persoon de AMLCO. Artikel 7 van dat reglement verplicht de AMLCO tot een activiteitenverslag minstens eenmaal per jaar.
Artikel 7 van de wet legt een risicogebaseerde benadering op. Artikel 19, § 2, derde lid, verplicht u om tegenover de toezichtautoriteit te kunnen aantonen dat uw maatregelen in verhouding staan tot het geïdentificeerde risico. Een controle gaat dus niet alleen over wat u deed, maar ook over of u die keuze kunt verantwoorden. Artikel 60 verplicht tot bewaring van de identificatiegegevens gedurende tien jaar, en artikel 62, § 1, tot het wissen van de persoonsgegevens zodra die termijn verstrijkt.
Wij toetsen uw antiwitwasbeleid met een AML audit en brengen uw personeel op peil met een opleiding antiwitwaswetgeving op maat. Onze AML inhouse begeleiding omvat begeleiding bij een controle door de toezichtautoriteit. Vraagt uw bank of uw toezichthouder naar de herkomst van de middelen, dan brengt een audit legale herkomst die in kaart. Het bredere kader staat op onze pagina over compliance en antiwitwas.
Wat verandert er op 10 juli 2027?
Verordening (EU) 2024/1624 is van toepassing met ingang van 10 juli 2027. Voor voetbalmakelaars en professionele voetbalclubs geldt zij pas vanaf 10 juli 2029. Richtlijn (EU) 2024/1640 moet uiterlijk op 10 juli 2027 omgezet zijn, met vroegere data voor enkele artikelen. Richtlijn (EU) 2015/849 wordt op diezelfde datum ingetrokken.
Er komt daarbovenop een Europese toezichthouder. Verordening (EU) 2024/1620 richt de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering op, met zetel in Frankfurt am Main. Die verordening is van toepassing sinds 1 juli 2025. De eerste selectieprocedure voor rechtstreeks toezicht start uiterlijk op 1 juli 2027.
De boeteplafonds gaan mee omhoog. Artikel 55 van Richtlijn (EU) 2024/1640 verplicht de lidstaten tot maximale geldboeten van ten minste tweemaal het voordeel uit de inbreuk, of ten minste 1 000 000 euro. Voor kredietinstellingen en financiële instellingen legt datzelfde artikel ten minste 10 000 000 euro op. Voor een rechtspersoon geldt daarnaast tien procent van de totale jaaromzet.
Veelgestelde vragen
Wie is de toezichthouder van een accountant of een notaris?
Het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants houdt toezicht op de gecertificeerde accountants en de belastingadviseurs, en de Nationale Kamer van Notarissen op de notarissen. Artikel 85, § 1, van de wet van 18 september 2017 verdeelt het toezicht per categorie. Voor de bedrijfsrevisoren is dat het College van Toezicht op de Bedrijfsrevisoren, en voor de gerechtsdeurwaarders de Nationale Kamer voor Gerechtsdeurwaarders.
Hoeveel bedraagt de administratieve geldboete van de antiwitwaswet?
Maximaal 5 000 000 euro voor de entiteiten van artikel 5, § 1, 1° tot 22°. Ligt tien procent van de jaarlijkse netto-omzet van het voorbije boekjaar hoger, dan geldt dat percentage voor een rechtspersoon. Voor de entiteiten van 23° tot 33° ligt het plafond op 1 250 000 euro. Leverde de inbreuk winst op of vermeed zij verlies, dan mag het maximum worden verhoogd tot het dubbele van dat bedrag.
Kan een bestuurder persoonlijk een boete krijgen?
Ja. Artikel 132, § 1, laat toe de administratieve geldboete ook op te leggen aan de verantwoordelijke leden van het wettelijk bestuursorgaan, van het directiecomité of van de effectieve leiding. Voor het UBO-register geldt een aparte regel. Artikel 132, § 6, laat de minister van Financiën toe de bestuurders een boete van 250 tot 50 000 euro op te leggen. Dat kan wanneer zij artikel 1:35 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet naleven.
Wat verandert er voor het toezicht op 10 juli 2027?
Vanaf 10 juli 2027 is Verordening (EU) 2024/1624 van toepassing en moet Richtlijn (EU) 2024/1640 omgezet zijn. Verordening (EU) 2024/1620 richtte al de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering op, met zetel in Frankfurt am Main. Die verordening is van toepassing sinds 1 juli 2025. De eerste selectieprocedure voor rechtstreeks toezicht start uiterlijk op 1 juli 2027.